Nieuwe verzen:
Verlaat
Wij snijden onze beweging
-----------------------------------------------------------------------------
Drie gedichten uit de bundel Papaver, Querido, (2007)
-----------------------------------------------------------------------------
Verlaat
Wij verlaten ons. Wij geven ons niet terug, kom nou.
Er staat nog wat hondenmelk in de ijskast, vergeet
dat niet, we zijn zo zonde en hangen ons op aan de
donkergroene dag.
Als er niets over is, dan spijt dat ons niet meer.
O, kijk ook nog even in de dekenkist, daar lag een keer
een hert. Als het leeft, blieft het géén hondenmelk, alleen
wij weten hoe gezond dat is, wat weet een hert daarvan.
Zeg het dat wij niet meer kunnen weten wat het lust om
te leven, dan kunnen wij er niets aan doen.
Sommigen zullen denken dat wij in de zuilen van de bomen
verblijven, wie zo iets denkt heeft te veel verhaaltjes gelezen.
Dat is niet meer van onze tijd.
En ja, wij komen terug zonder ons.
Dag hemel in cipressenrouw. Dag hemelende cipres.

-----------------------------------------------------------------------------
Wij snijden onze beweging
Soms zijn wij misbaar meestal nemen we de voordeur vaker
de achterom
wij dringen ons niet aan de mensen op, liever als een dief
meestal zijn wij ergens anders, hoeveel tijd er overblijft voor soms
berekenen wij niet
wij staan graag op de uitkijk zonder daden toch
zijn wij onmisbaar, ook als er een man niet onze man het huis uitkomt
dat zie je niet maar wat jij niet ziet zijn wij wel, wij stellen geen prijs
op een diagnose snijden onze honger zelf wel uit,
wij zeggen graag nooit nooit
heersen we over onze tekorten, wat jij ziet is er niet
maken wij hier de dienst uit, of wat!

-----------------------------------------------------------------------------
Papaver somniferum
Dichtgevouwen halve manen jongemeisjesrood
dun servetpapier om een zwarte vulva, je wil
in haar slapen, geef maar toe, anders ben je niet
Jij hebt vroeger ook je knieën in het grind
laten vallen, met katjes gevoetbald, te vaak
tegels geteld waardoor ze sleten?
We noemen geen man geen paard
Ze zal het niet weten, open haar, roos, roes haar

-----------------------------------------------------------------------------
Donkerte, darling
Om lepels huil ik, op vorken loop ik
De messen heb jij, darling?
De katoennacht snijdt een tafel, plukt jou
van mijn netvlies, laat zuchten op
ranke poten, het eten bijt aan ons
Laat laven, met armsteken graaf ik
onze honger dieper, we vegen de tijd aan
De vesper haalt alles op, het paardenvlees,
de wijn, het laken waar we aan vraten
Om de messen zoek ik jou terug te snijden
Er is alleen die tafel, donkerte

-----------------------------------------------------------------------------
Ik ben een speelgoedpaard
en handel in niets, net als de muilezel niet
in koele meren met leven erin, spoorwegovergangen, struikgewas
Ik had hem lief om ons gebrek, dat wij zijn nagemaakt
en niet kunnen maken, ik glansde in de winkel, tot hij er was
Zijn muilerige waarheid joeg mij op, dat hij van echt
vel is in de juiste kleur, hij doodgaat met stijf bloed
Toen had ik hem lief en keerde terug naar de randen
van het plastic bekken waarin iedereen zich vermeerderen kan
