Van de honderdduizend woorden in De kamerling is zij steeds meer teruggegaan naar een compacte vorm. Zo schrijft zij op dit moment aan een novelle, een vorm die haar sinds haar debuut bekoort. Naast poëzie wil zij meer verhalen gaan schrijven. Aantrekkelijk is dat je in een (kort) verhaal in één beweging afstevent op het einde, meer dan in een roman zijn de eerste regels, zo niet alle regels doordrenkt van dat einde. Natuurlijk geldt dat in zekere mate ook voor een roman, de reden om De kamerling te schrijven was het einde dat zij als eerste schreef, maar in een kort verhaal is de vorm nog dwingender, de spanningsboog strak en opzwepend. De vaart die dat keurslijf afdwingt, houdt haar geconcentreerd en in die zin lijkt het op het maken van een gedicht. |